Wij hebben al veel verteld over VMBO WD3, maar er is ook een havo/vwo WD3. Wat is er eigenlijk anders?
Bij havo/vwo beginnen ze altijd met het bedenken van interesses, waardoor ze nog meer vrijheid hebben dan op het vmbo, omdat je daar veel meer keuzes hebt. Nadat je je interesses hebt gevonden, zoek je een groepje leerlingen met dezelfde interesses.
In je groepje kies je een begeleider; dit mag je zelf doen. Daarnaast moet je ook een vakspecialist hebben die meer weet over het gekozen onderwerp. Dit kan één persoon zijn, maar ook meerdere. Vervolgens bepaal je wat je wilt gaan leren (de onderzoeksvragen). Zodra je een goed plan hebt, kun je beginnen.
Aan het eind van de periode word je niet beoordeeld met cijfers, maar met ‘voetstappen’, zodat je kunt zien hoever je gevorderd bent.
Aan het eind van de periode presenteert elk groepje aan de andere leerlingen. Je mag zelf kiezen hoe je dit doet, bijvoorbeeld met een presentatie of een spelletje, maar er zijn nog veel andere manieren.
Naast de projecten zijn er ook workshops waarvoor je je kunt inschrijven. Dit geldt ook voor toetsen. Bij havo/vwo geven ze, zoals eerder vermeld, geen punten maar voetstappen.
